Basislijn en vooronderzoeken

Basislijn en vooronderzoeken


Voor het opstarten van de medicatie is het belangrijk om een basislijn op te maken en een aantal medische parameters in kaart te brengen.

Een voorbeeldschema vind je hier


1. BEHANDELDOELEN BEPALEN

Het is belangrijk om vooraf goed te bepalen wat het doel van de behandeling moet zijn. Meestal wil men de symptomen verminderen  (minder aandachts- en zelfsturingsproblemen en minder hyperactiviteit/impulsiviteit), maar vaak leven er ook andere verwachtingen : vermindering van de geassocieerde gedragsproblemen, vermindering van de emotionele uitbarstingen, verbetering van de leerprestaties of het gedrag op school, verbeteren van de sociale vaardigheden, enz…

Het is best om deze doelen zo goed mogelijk te expliciteren en hun ernst en frequentie in kaart te brengen voor de start van de medicatie, zodat na het opstarten een gerichte evaluatie kan plaatsvinden (zie ook integraal behandelplan).

Uiteraard kunnen een aantal gedrags- en emotionele parameters met vragenlijstjes gedocumenteerd worden (zie ook diagnostiek).

2. BASISLIJN ADHD-KENMERKEN

Meet vlak voor de start van medicatie de ADHD-kenmerken met de instrumenten die je wil gebruiken om ze tijdens de behandeling op te volgen. Kies daarvoor gemakkelijk toegankelijke en korte meetinstrumenten, zodat het voor iedereen haalbaar blijft om ze telkens in te vullen of te overlopen.

Voorbeelden:

  • Dundee volgpad:
    • Ouders: SNAP als interview-checklijst (= combinatie van ODD en ADHD-vragen)
    • Leerkracht: SKAMP (10-item lijstje)
  • Vlaanderen: in Vlaanderen worden vaak voor beiden vragenlijsten gebruikt:
    • Ouders: VvGK of AVL
    • Leerkracht: VvGK of AVL

3. BASISLIJN ALGEMEEN FUNCTIONEREN

Met het beoordelen van het algemeen functioneren wordt een ruwe parameter gebruikt om de globale ernst van de impact van ADHD op het functioneren te bepalen enerzijds en anderzijds het totale functioneren (inclusief symptomen en andere comobiditeit).

Voor de impact van ADHD kan de CGI-S (Clinical Global Impression Severity) schaal gebruikt worden. We gebruiken veelal de Engelse schaal, die een cijfer van 1-7 oplevert.

Voor het globale functioneren wordt meest de GAF-score gebruikt (zie DSM-IV)

4.  BASISLIJN LICHAMELIJKE PARAMETERS

Voor de medicatie wordt gestart worden best een aantal somatische parameters in kaart gebracht.

  • Bloeddruk: Diastolisch:                           Systolisch:
  • Pols:
  • Hartauscultatie: geruis ? regelmatig ritme ?

Er wordt best een groeicurve aangelegd:

Cardiovasculair risico checken: gezien de meeste geneesmiddelen die gebruikt worden bij ADHD invloed hebben op de bloeddruk en het hartritme, wordt best vooraf een controle gedaan door de ADHD-behandelaar.

Doe minimaal de volgende onderzoeken: 

  1. Bloeddruk 3 keer meten in rust gedurende 10 minuten:
    1. check normtabellen
    2. indien afwijkend: verwijs naar huisarts voor enkele bijkomende metingen in de thuissituatie
    3. indien blijvend afwijkend: verwijs naar (kinder)cardioloog voor advies.
  2. Persoonlijke en familiale geschiedenis cardiovasculaire risico’s: zie vragenlijst

Indien alarmsignalen: verwijs naar huisarts of (kinder)cardioloog voor advies

5. CHECK RISICO'S EN RELATIEVE CONTRAINDICATIES

6. BASISLIJN NEVENWERKINGEN

Laat de nevenwerkingenvragenlijst best ook al eens invullen door de ouders vóór de start van de medicatie om een basislijn te bepalen of overloop hem tijdens de raadpleging.

7. BEPAAL HET AANGEWEZEN MEDICATIEPROFIEL

Zie medicatie kiezen