Nevenwerkingen

Het is belangrijk om bij het gebruik van medicatie eventuele nevenwerkingen goed op te volgen en ze zoveel mogelijk te verminderen.  

  • Vóór het starten van medicatie wordt best een basislijn bevraagd van de lichamelijke en andere symptomen die eventueel als nevenwerkingen kunnen toenemen.
  • Bij elke stap in de titrering en nadien ook bij elke verandering van de medicatie worden de nevenwerkingen best systematisch bevraagd aan de ouders en vergeleken met de basislijn. Zie ook het voorbeeldschema voor “evaluatie van behandelstappen” en de aparte nevenwerkingenvragenlijst
  • Zorg er telkens voor dat ook de jongere de kans krijgt om te beschrijven hoe de medicatie aanvoelt, maar doe dit vooral via open vragen.
  • Als er zich nevenwerkingen voordoen is volgende stap meestal logisch:
    • Bij milde en draaglijke nevenwerkingen: even de huidige dosering aanhouden. Heel wat milde nevenwerkingen verdwijnen spontaan na enkele dagen of weken. Als er nog geen optimale verbetering van de ADHD-symptomen is opgetreden, worden de volgende titratiestappen zo mogelijk trager gezet en met kleinere dosisverhogingen
    • Bij matige en onwenselijke nevenwerkingen wordt de dosis zo mogelijk verlaagd. Er wordt bekeken of er dan nog voldoende effect is op de ADHD-symptomen om dit geneesmiddel te continueren. Als de nevenwerkingen terug verdwijnen aan de lagere dosis, dan kan in een latere fase een voorzichtige poging tot verhoging (met een kleinere stap) overwogen worden
    • Bij ernstige en ondraaglijke nevenwerkingen: wordt de medicatie stopgezet. Zo nodig en mogelijk wordt een ander geneesmiddel gestart zodra de nevenwerkingen genormaliseerd zijn.

Bij milde en matige nevenwerkingen (en een goed effect op de symptomen) kan vaak nog gezocht worden naar manieren om de nevenwerkingen te verminderen of te compenseren. Ga hiervoor naar “nevenwerkingen aanpakken”.