Voedingssupplementen en diëten

Verschillende dieetinterventies werden al uitgeprobeerd bij de behandeling van ADHD: eliminatie-dieet (Restricted Elimination Diet, RED), eliminatie van voedingskleurstoffen en bewaarmiddelen (Artificial Food Colours Exclusion, AFCE), toevoegen van lange keten vrije vetzuren, toevoegen van andere bestanddelen.

Er is nog steeds een tekort aan kwalitatief hoogstaande en methodologisch goed onderbouwde studies van dieetmaatregelen. Er kunnen daarom enkel voorlopige adviezen geformuleerd worden.


1. Restricted Elimination Diet (RED)

DOEL

Het uitgangspunt van RED is dat ADHD-symptomen een uiting zouden kunnen zijn van overgevoeligheid aan bepaalde voedingsbestanddelen. Wanneer de voedingselementen waarvoor het kind overgevoelig is, worden geëlimineerd uit het dieet zou het gedrag verbeteren. Overgevoeligheden kunnen allergisch of niet-allergisch zijn:

  • een voedselallergie is een  immunologische reactie op bepaalde voedingsbestanddelen. Inname van deze bestanddelen geeft onmiddellijk (binnen enkele minuten tot enkele uren) symptomen zoals urticaria (netelroos), neusloop, ademhalingsproblemen, maagdarmproblemen en/of hoofdpijn, enz.…De hypothese is dat overactief gedrag en concentratieproblemen ook een gevolg van een dergelijke allergische reactie kunnen zijn. Deze overgevoeligheid kan veelal aangetoond worden met een huidtest of via het aantonen van immunologische reacties in het bloed .
  • een niet-allergische voedingsintolerantie kan veroorzaakt worden door een tekort aan een bepaald enzyme (bij voorbeeld lactose-intolerantie) of een nog niet nader geïdentificeerde hypersensitiviteit voor. ook deze intoleranties kunnen zich uiten in gastro-intestinale problemen, hoofdpijn en/of vermoeidheid. Ook hier is de hypothese dat ook stemmingsveranderingen en/of gedragsproblemen, waaronder ADHD-symptomen, hiervan het gevolg kunnen zijn.

Bij RED wordt betracht om de voedingselementen waaraan men overgevoelig is te identificeren en vervolgens uit het dieet te elimineren.

RED bestaat uit meerdere fases:

  • Fase 1 houdt in dat er gedurende een bepaalde periode (één tot vijf weken) een restrictief dieet gevolgd wordt: het oligo-antigeen “few-foods” dieet. Hierbij worden slechts enkele voedingsmiddelen toegelaten, waarvan is geweten dat ze omzeggens geen allergische reacties veroorzaken (bv. rijst, water, peer, lamsvlees,…).
  • Fase 2 : In deze fase gebeurt  een stap-voor-stap herinvoering van bepaalde voedingstoffen, waarna telkens gekeken wordt of er reactie optreedt. Zo wordt het dieet progressief uitgebreid. Telkens er een terugval in gedrag optreedt, wordt het voedingsbestanddeel dat daarvoor verantwoordelijk lijkt op de definitieve eliminatielijst geplaatst. Deze herintroductiefase kan tot 1,5 jaar duren. Bij gelukte individuele processen eindigt het dieet veelal met de eliminatie van 5-10 voedingsmiddelen.  

Een variant gaat meer voedingsmiddelen toelaten, maar elimineert vooral die voedingsstoffen die de meeste allergenen bevatten (koemelk, soya, tarwe, eieren, pindanoten, zeevruchten, chocolade, enz.).

Als er een duidelijke positieve reactie is op fase 1, wordt overgegaan naar fase 2.

RED, zeker onder de vorm van een “Few Foods”-dieet, vraagt een grote motivatie en discipline van ouders en kind. Het dieet is een hele opgave  voor het kind omdat vele lekkere producten uitgesloten zijn, wat kan leiden tot conflicten tussen ouders en kind. Gespecialiseerde ondersteuning door een diëtist(e) is nodig naast een juiste implementatie van het dieet ook geen tekorten in essentiële voedingsmiddelen te veroorzaken.


WERKING

Bij studies met het RED werden positieve effecten op de ADHD-symptomen gevonden wanneer de ouders rapporteerden over de resultaten. Wanneer onafhankelijke geblindeerde observatoren (bv. leerkrachten) het gedrag beoordeelden werd geen significant verschil meer vastgesteld.

ADVIES Voorlopig werd het RED niet in de aanbevelingen voor werkzame interventies voor ADHD opgenomen.



2. Artificial food colours exclusion (AFCE)

DOEL

Dit dieet is gebaseerd op publicaties van Feingold (1975) die suggereerde dat  kleurstoffen en voedingsadditieven voedselallergie zouden kunnen veroorzaken. Bij dit dieet worden voedingsmiddelen met kleurstoffen en bewaarmiddelen  gedurende één tot enkele weken geëlimineerd en bij een positieve respons eventueel opnieuw één na één geherïntroduceerd om na te gaan of de ADHD-symptomen dan opnieuw opduiken.


WERKING

Feingold beweerde dat bijna 70% van de kinderen met ADHD hier positief op reageerde. Bij latere wetenschappelijke studies kon dit niet worden hard gemaakt.

Onderzoek uit Southampton toonde echter wel aan dat voeding met een overmaat aan kleurstoffen en bewaarmiddelen bij normale kleuters en jonge kinderen wèl leidt tot een toename van rusteloosheid. Dit heeft ertoe geleid dat in het Verenigd koninkrijk lagere tolerantienormen werden ingevoerd voor de zogenaamde “Southampton five”: een lijstje van enkele kleurstoffen en bewaarmiddelen (zogenaamde E-codes) in de voeding. Ook de warenhuisketen Albert Heijn heeft deze normen in haar assortiment opgelegd.  Ook bij een recente meta-analyse werd een klein effect gezien van een overmaat aan kleurstoffen op druk gedrag bij kinderen met ADHD.

ADVIES Voorlopig werd eliminatie van kleurstoffen en bewaarmiddelen uit de voeding niet opgenomen in de adviezen van de Hoge Gezondheidsraad 


3. Supplementen  van poly-onverzadigde vetzuren (omega-3) 

DOEL

Omega-3-vetzuren zijn essentiële vetten die ons lichaam nodig heeft, maar niet zelf kan aanmaken. Ze moeten dus uit de voeding gehaald worden.

De belangrijkste omega-3-vetzuren zijn:

  • alfa-linoleenzuur (ALA of LNA)
  • eicosapentaeenzuur (EPA)
  • docosohexaeenzuur (DHA)

De belangrijkste voedingsbron van EPA en DHA is visolie. Ook in zaden komen essentiële vetzuren voor.

De hypothese is dat de huidige voeding te weinig van deze bestanddelen bevat, zodat een relatief tekort ontstaat dat geassocieerd wordt aan een toename van hart- en vaatziekten, allerlei onstekingsziekten (eczeem, psoriasis, inflammatoire darmziektes, enz.) en ook aan leer- en gedragsproblemen, zoals ADHD.


WERKING

Meta-analyses van studies met omega-3 vetzuren onder de vorm van visolie (capsules) wijzen op een significant, weliswaar klein effect op ADHD-symptomen. Het effect is erg individueel variabel. Er zijn aanwijzingen dat de combinatie omega-3 en omega-6 de beste resultaten zou geven. Behandeling met poly-onverzadigde vetzuren wordt over het algemeen goed verdragen. Gastro-intestinale klachten zijn het meest frequent


ADVIES

Het gebruik van omega-3 supplementen wordt door de Hoge gezondheidsraad niet specifiek aangeraden voor ADHD. Volgens recente bevindingen kan een behandeling overwogen worden bij lichte vormen van ADHD. Na 3 maanden kan een evaluatie gebeuren. Zoals bij gebruik van klassieke medicatie is het belangrijk om een basislijn te bepalen voor het starten van de interventie en het effect thuis en op school te objectiveren aan de hand van vragenlijsten.

Het eten van meer poly-onverzadigde vetzuren wordt echter wèl als een algemene gezondheidsbevorderend advies gegeven, o.a. ter preventie van hart- en vaatziekten. In haar rapport over Omega-3-vetzuren komt de Hoge Gezondheidsraad tot het besluit dat een verhoging van de meervoudig onverzadigde omega-3-vetzuren moet aanbevolen worden. Tegelijk moet de inname van meervoudig onverzadigde omega-6-vetzuren (linolzuur, gamma-linoleenzuur, dihomo-gamma-linoleenzuur en arachidonzuur) verminderen om de verhouding omega-6/omega-3 te verminderen. De Hoge Gezondheidsraad beveelt nu een verhouding van 5 aan (1 eenheid omega-3 tegenover 5 eenheden omega-6). Dat zou moeten gebeuren door de gedeeltelijke vervanging van omega-6- door omega-3- vetzuren, dank zij de vervanging van oliën rijk aan omega-6-vetzuren door oliën rijk aan omega-3-vetzuren (koolzaad, soja) en dank zij de verhoogde inname van omega-3-vetzuren met lange keten (EPA+DHA). Waar vinden we omega-3-vetzuren in de voeding ? ALA wordt van nature aangetroffen in o.m. groene bladrijke groenten als bv. spinazie, postelein, waterkers, peulvruchten. Andere bronnen zijn o.m. noten, lijnzaad, sojabonen en walnootolie, en daarvan afgeleide olie (koolzaad-, soja-, notenolie...), margarine, enz. De beste bronnen van de lange EPA en DHA vetzuurketens zijn schaal- en schelpdieren, en vette vis, zoals sardines, verse tonijn, makreel, zalm, poon, forel, paling, en ansjovis.

De HGR beveelt aan om 2 keer per week (bij voorkeur vette) vis van verschillende soorten, zoals zalm, haring of makreel te eten, naast het gebruik van soja- en/of koolzaadolie, of van oliemengsels die omega-3-vetzuren en enkelvoudig onverzadigde vetzuren (olijfolie) bevatten.


4. Supplementen van andere stoffen.

Enkele studies suggereren een associatie van ADHD met een tekort  aan zink (Zn) of ijzer (Fe). Er is onvoldoende wetenschappelijke basis om bij kinderen met ADHD systematisch na te gaan of er een tekort is aan Zn of Fe en/of om supplementen met Fe of Zn toe te dienen.

Bij de differentiaal diagnose van ADHD staat anemie vermeld als mogelijke oorzaak van onaandachtig gedrag. Als er dus klinische tekens zijn van bloedarmoede is een controle bloedname uiteraard aangewezen en dient de oorzaak te worden opgespoord. In dat geval kan ijzersupplement soms aangewezen zijn.

Ook voor het gebruik van  allerlei andere supplementen (vitamines, cafeïne, carnitine, berkextract, aminozuren, …) is er momenteel geen wetenschappelijke basis.