​Combinatie van stimulerende ADHD-medicatie met niet-stimulerende ADHD-medicatie

De combinatie van stimulerende medicatie met zowel atomoxetine als guanfacine is in Europa niet officieel goedgekeurd door het Europees geneesmiddelenbureau (EMA). De combinatie is dus “off-label”. In de USA is de combinatie van stimulerende medicatie met guanfacine wel erkend door de FDA.


Mogelijke indicaties voor combinatietherapie 

  1. Er is onvoldoende respons op behandeling met stimulerende medicatie alleen. Het is bij onvoldoende respons belangrijk om eerst na te kijken of de stimulerende medicatie voldoende hoog gedoseerd is voor er besloten wordt dat de respons niet optimaal is.

    Omdat stimulerende en niet-stimulerende medicatie verschillende werkingsmechanismes hebben, kunnen ze in theorie elkaars effect versterken (synergie). Alhoewel het aantal studies beperkt is, zijn er aanwijzingen dat dit inderdaad het geval is voor de combinatie van stimulerende medicatie met guanfacine.  Voor de combinatie van stimulerende medicatie met atomoxetine zijn er aanwijzingen dat er bij sommige personen een toegenomen effect is.
  2. De stimulerende medicatie is effectief, maar heeft te veel nevenwerkingen. Toevoegen van een niet-stimulerende medicatie zou sommige nevenwerkingen kunnen verminderen. Toevoegen van atomoxetine of guanfacine zou bij voorbeeld de slaapproblemen kunnen verminderen die veroorzaakt werden door de stimulerende medicatie. Toevoegen van guanfacine zou de tics kunnen verminderen die mogelijks toegenomen waren door gebruik van stimulerende medicatie.
  3. De stimulerende medicatie is effectief, maar heeft te veel nevenwerkingen. Toevoegen van een niet-stimulerende medicatie zou kunnen toelaten om de dosis van de stimulerende medicatie te verminderen.
  4. Een tijdelijke combinatietherapie gebeurt in praktijk vaak bij overstap van stimulerende naar niet-stimulerende medicatie en omgekeerd.


Is combinatietherapie veilig?

Langdurige studies over de veiligheid van combinatietherapie zijn er niet. De combinaties van stimulerende medicatie met atomoxetine (tot maximaal 1,4 mg/kg/dag) en met guanfacine (tot maximaal 4 mg per dag) gaven op korte termijn geen bijkomende problemen. De nevenwerkingen die optraden, waren de gekende nevenwerkingen van de aparte medicaties.

Omdat zowel stimulerende medicatie, als atomoxetine, als guanfacine cardiovasculaire effecten met zich meebrengen, is een bepaling van het persoonlijk en familiaal risico op cardiovasculaire aandoeningen uiteraard even noodzakelijk als bij een behandeling met één medicatie. Geregelde opvolging van bloeddruk en pols en vragen naar cardiovasculaire symptomen (syncope, hartkloppingen, orthostatische hypotensie, …) is nodig.