Aanpassingen in de schoolcontext

Als de diagnose volgens de geldende richtlijnen is gesteld, dan is de school al betrokken geweest in dit proces. Tijdens het diagnostisch proces is het van belang dat de leerkracht(en), de zorgleerkracht(en) en de CLB-medewerker(s) – mits toestemming van de ouders en de jongere – hun observaties hebben kunnen delen, zodat ze de conclusies mee hebben opgebouwd.

Vervolgens zien 3 taken voor de hulpverlener in samenwerking met de school:

Klik hier voor een overzicht van mogelijke aanpassingen die helpend kunnen zijn en tips en hulpmiddelen.



Psycho-educatie

Leerkrachten zouden best op de hoogte zijn van de impact van ADHD op de verschillende leefdomeinen en de risico’s op langere termijn die daarmee verbonden zijn. zodat ze ook mee gemotiveerd zijn om de omgeving zo goed mogelijk af te stemmen op de noden van de leerling met ADHD.

Kennis van de neuropsychologische disfuncties bij kinderen met ADHD kan helpen om hun gedrag en moeilijkheden in het dagelijks leven te begrijpen.

  1.  Zintuiglijke prikkels hebben gemiddeld gesproken een kleiner activatie-effect op de hersenen. Deze globale neurofysiologische onderactivatie maakt kinderen met ADHD minder aanspreekbaar en verklaart waarom enige intensiteit, directheid en duidelijkheid nodig zijn om goed tot hen door te dringen. De adequaatheid van de informatieverwerking bij ADHD hangt af van het tempo, de variatie, de nieuwheid en de intrinsieke aantrekkelijkheid van de aangeboden stimuli. Dit legt uit waarom ze kinderen met ADHD erg wisselend presteren en waarom taken vooral fout lopen als er weinig begeleiding is en ze aan hun eigen tempo worden overgelaten. Diezelfde onderactivatie is ervoor verantwoordelijk dat kinderen met ADHD snel iets saai vinden en zich vaak in een soort relatieve vervelingstoestand bevinden; een onaangename situatie die ze kunnen compenseren door te prullen, te prutsen en te bewegen.
  2. Kinderen met ADHD hebben het vaker moeilijk om basale impulsen (instinctmatige, geautomatiseerde of emotionele impulsen) af te remmen. Ze reageren dus snel en ongefilterd. Zo komen ze ongeremd en onbeleefd over, omdat ze geen censuur kunnen laten gelden op hun primaire impulsen. Ze zijn daardoor ook makkelijker afleidbaar door externe prikkels. Ze zullen sneller ingaan op op het eerste zicht aantrekkelijke en voor de hand liggende signalen. Daardoor maken ze ook de zogenaamde “aandachtsfouten”: ze scannen informatie oppervlakkig en trappen daarbij in alle klaargelegde valkuilen. Bij schoolopdrachten lezen ze de opdracht vaak te snel en onaandachtig, waardoor ze op de verkeerde manier aan de slag gaan.
  3. Kinderen met ADHD vertonen minder (executieve) zelfcontrole. Ze gaan weinig planmatig, weinig doelgericht te werk. Ze overdenken hun gedrag minder en houden weinig informatie in hun hoofd vast over langere termijn (minder efficiënt werkgeheugen). Ze hebben moeite met hun aandachtsturing en kunnen moeilijk iets memoriseren. Leren en studeren zijn dus lastig voor hen. Ze vergaren hun kennis eerder impliciet, via hun activiteiten en ervaringen, maar stapelen veel minder gemakkelijk kennis op via studie of schoolwerk. Er is ook geen innerlijk stemmetje dat hen waarschuwt als ze regels overtreden of dat hen helpt om alle tussenstapjes toe te passen bij oefeningen of bij dagelijkse routines. Ze springen als het ware van de ene “hier en nu” beleving naar de andere.
  4. Hun aversie voor uitstel maakt hen tot erg ongeduldige kinderen. Lege tijd en wachten creëren onaangename sensaties, die ze willen vermijden met allerlei doelloze bijbewegingen en zelfactivatie. Hun gebrek aan uitstelvermogen voor bekrachtiging leidt tot een erg eisende wens tot onmiddellijke behoeftebevrediging en teleurgestelde reacties als er uitstel is. Het feit dat bekrachtiging direct nabij moet zijn verklaart ook waarom ze erg moeilijk lang op voorhand kunnen werken, terwijl ze vaak op het laatste nippertje nog tot een grote inspanning in staat zijn.
  5. Hun verstoorde tijdsperceptie leidt tot extreem verontwaardigde reacties bij het moeten afronden van aangename activiteiten en tot het idee dat saaiere opdrachten onoverkomelijk lang zullen duren.
  6. Tijdens denkactiviteiten blijft bij kinderen met ADHD het neurologisch circuit dat instaat voor “dagdromen” actief. Ouders en kinderen beschrijven vaak dat het “poortje” om informatie naar binnen te krijgen in het hoofd “open en dicht” gaat en hoe wezenlijk verschillend die twee toestandsbeelden zijn voor hen. Soms kan op korte tijd veel werk verricht worden; op andere momenten wordt er urenlang geprobeerd, maar zonder enig resultaat.

Al deze neuropsychologische functies blijken significant bemoeilijkt bij ADHD, maar ze zijn niet noodzakelijk bij ieder kind allen aanwezig. Zo kan vanuit een cognitieve sterkte-zwakte analyse en een symptoomanalyse in het brede diagnostisch onderzoek een individueel palet van de noden in het plan van aanpak worden opgesteld.

Het psycho-eductieve materiaal dat ontwikkeld werd voor ouders, kan ook voor leerkrachten nuttig zijn. In het kader van de ontwikkeling van de toolkit ADHD (zie verder) werd voor leerkrachten een specifieke kleine gids ontwikkeld: http://www.upckuleuven.be/sites/default/files/afbeeldingen/adhd_toolkit_boekje2.pdf

Als er een beter inzicht in en begrip voor de symptomen bij ADHD ontstaat, zal een leerkracht de jongere automatisch anders benaderen. Er zal meer tolerantie zijn, een meer positieve benadering en minder afkeurende terechtwijzingen. Opmerkelijk is dat leerlingen met ADHD juist heel goed gedijen als de leerkracht erin slaagt een positieve en ondersteunende relatie op te bouwen. In combinatie met voortdurende korte termijnsaanmoediging en bekrachtiging tijdens de lesmomenten leidt dit soms al tot voldoende inzet en het uitblijven van opstandig gedrag.

Meer uitleg voor leerkrachten in Vlaanderen kan ook gevonden worden in de begeleidende boekjes bij de ADHD-toolkit.


Handleiding ADHD-toolkit


Boekje ADHD-toolkit



Individueel behandelplan

Leerkrachten kunnen, mits toestemming van de ouders, in functie van een jongere met ADHD individuele begeleiding zoeken bij het opstellen van een behandelplan voor deze leerling. Ze kunnen daartoe een vraag richten aan het CLB, aan een zorgleerkracht en/of aan een externe behandelaar.

Op basis van de getuigenissen van het kind, de ouders en de leerkracht, wordt een analyse gemaakt van de grootste hindernissen voor een vlot functioneren op school en wordt een plan opgesteld om hieraan te remediëren via ondersteunende maatregelen in de klas, in de bredere schoolomgeving en bij het huiswerk.

Hierbij kan beroep gedaan worden op kleinere en grotere “redelijke aanpassingen” waarop leerlingen met bijzondere noden volgens het M-decreet recht hebben (zie ook brochure Unia).

De geplande maatregelen worden best samen met de ouders en de jongere doorgesproken en op papier gezet. Ze kunnen ook best met regelmatige tijdsintervallen geherevalueerd en bijgestuurd worden.

Evaluatie van de verbetering kan onder meer gebeuren via het afnemen van

  • korte ADHD symptoomvragenlijsten zoals de SKAMP
  • het gebruik van een dagelijkse rapporteerkaart (zie verder)



Optimaliseren van de communicatie tussen school en ouders

Het opbouwen van méér adequaat gedrag en vaardigheden via positieve bekrachtiging is een algemene pedagogische aanpak die tot verbetering van probleemgedrag en opbouwen van mogelijkheden leidt.

Om gedrag en inzet op school op te volgen en snel positief te bekrachtigen kan een dagelijkse rapporteerkaart tussen leerkracht en ouders gebruikt worden. Het is één van de weinige evidence-based schoolinterventies voor ADHD.

Leerkrachten beslissen in overleg met de jongere met ADHD en diens ouders om aan een paar werkpunten te sleutelen. Via de dagelijkse rapporteerkaart wordt elke avond verslag uitgebracht over de geleverde inspanningen op school. Zo kunnen de ouders thuis een positief bekrachtigingssysteem installeren gekoppeld aan die inzet op school.

Voorbeelden van dagelijkse rapporteerkaarten vind je hier.



Aanpassingen op school die helpend kunnen zijn

Op basis van een nauwkeurige analyse van de individuele moeilijkheden van een jongere kunnen een aantal kleine aanpassingen worden gedaan om het leerproces in de klas haalbaar te maken. De meest toegepaste zijn: verandering van de zitplaats in de klas (vooraan in het aandachtsveld van de leerkracht voor snelle (positieve) feedback), werken met een koptelefoon op, het bieden van extra visuele ondersteuning (regels ophangen in de klas, dagprogramma zichtbaar maken), het inkorten van de lengte van de taken en/of het opdelen ervan in kleine stappen, het afwisselen van denktaken met doe-taken, het inzetten van een klasgenoot als ‘buddy’ en het inlassen van korte momenten van fysieke inspanning, enz. (zie ook verder)

Gezien het grote aantal leerkrachten waar jongeren mee te maken hebben in het secundair onderwijs, is het belangrijk dat één (zorg)leerkracht of leerlingbegeleider de rol van mentor op zich neemt. Geregeld kort contact tussen leerling en mentor is wenselijk om een constructieve werkrelatie op te bouwen.

Regelmatige afstemming tussen ouders, mentor en de jongere is aan te raden om afspraken te maken rond de na te streven doelen zowel op vlak van schools presteren als op vlak van gedragshouding.

Tips en hulpmiddeltjes die aansluiten bij deze inzichten geven we hieronder weer.

Meestal is echter meer nodig: in sommige gevallen kan dat ingrijpend zijn, zoals een advies voor een andere vorm van onderwijs.



TIPS EN HULPMIDDELTJES 

Aandacht (volgehouden, verdeelde, aandachts-switch)

  • Houd regelmatig oogcontact.
  • Zoek manieren/signalen van verstandhouding tijdens de les.
  • Houd regelmatig de 'vinger aan de pols'.
  • Geef voldoende tijd om eens uit te blazen of actief te zijn.
  • Benadruk het nut van herhalen (scanderen, opzeggen, afdreunen)
  • Vermijd overbodige prikkels of afleiding.
  • Gebruik een hoofdtelefoon om afleiding te vermijden.
  • Las extra tijd in om examens af te leggen.
  • Herhaal vragen mondeling.
  • Geef uitleg bij de vragen.
  • Stimuleer om het examen na te kijken voor het afgeven.
  • Oefen om teksten overzichtelijk te maken (titels, subtitels, kernwoorden, verbanden,…).
  • Maak opdrachten, huiswerk, examens overzichtelijk (niet te veel informatie op één blad, voldoende ruimte om te antwoorden, heldere formuleringen,...).
  • Zoek een goede positie in de klas (voor-, of achteraan, alleen of naast een rustige leerling,...).
  • Maak kortere oefeningen waardoor meer afwisseling en succeservaring mogelijk is.
  • Gebruik een afschermstrook zodat andere opgaves of informatie niet afleiden.
  • Maak een verhaaltje over de leerstof.
  • Laat de agenda aan het begin van de les invullen.
  • Controleer de agenda op juiste informatieoverdracht
  • Zorg voor een elektronische agenda
  • Zorg voor correcte invulkopijen die geraadpleegd kunnen worden


Lange termijn geheugen

  • Maak gebruik van memotechnische middeltjes (werken met melodieën of ritmes,
  • acroniemen, ezelsbruggetjes,...).
  • Vraag om te schrijven
  • Leg tussendoor verbanden met de inhoud van de lessen
  • Leg linken tussen theoretische leerstof en een praktische toepassing ervan.
  • Leg linken tussen nieuwe leerstof en bestaande leerstof.
  • Oefen om teksten overzichtelijk te maken (titels, subtitels, kernwoorden, verbanden,…).
  • Maak opdrachten, huiswerk, examens overzichtelijk (niet te veel informatie op één blad, voldoende ruimte om te antwoorden, heldere formuleringen,...).
  • Gebruik pictogrammen om stappenplannen te verhelderen.
  • Gebruik pictogrammen om verwachtingen duidelijk te maken


Motorische onrust

  • Geef voldoende tijd om eens uit te blazen of actief te zijn.
  • Geef voldoende kans om eens luidruchtig te zijn.
  • Geef voldoende ruimte om eens rommel te kunnen maken.
  • Geef een opdracht tijdens overgangsmomenten of speeltijden
  • Plaats de sportlessen in de vroege ochtend
  • Mild zijn voor het handschrift, eerder de inhoud beoordelen


Emotieregulatie

  • Zoek alternatieven  waarmee hij/zij kan aangeven zich boos of gefrustreerd te voelen.
  • Laat de jongere pictogrammen gebruiken om zich makkelijker uit te drukken (bv. gevoelsthermometer, emoticons, vulkaan,...).
  • Geef een gerichte opdracht tijdens overgangsmomenten of speeltijden.
  • Geef voldoende kans om eens luidruchtig te zijn.
  • Gebruik veel afleidingsmaneuvers en humor om te sfeer terug positief te krijgenSpreek signalen af die tijdig waarschuwen bij ongewenst gedrag of naderende sancties.
  • Formuleer eenvoudige, zwart-wit regels.
  • Formuleer duidelijke consequenties.
  • Overloop nieuwe situaties op voorhand.
  • Zorg voor overeenstemming tussen volwassenen over de te volgen regels en de uitvoering ervan.
  • Werk met een dagboekje om uit te wisselen over de gevoelens van de dag.
  • Zet een 'praatstoel' waarmee leerlingen kunnen aangeven dat het moeilijk/goed gaat en erover willen spreken via een klasgesprek.
  • Geef snel en regelmatig feedback.
  • Geef minstens 2x zoveel positieve feedback in verhouding tot negatieve
  • Stel voorbeeldgedrag in het omgaan met emoties: blijf altijd rustig en beheerst en verwoordt duidelijk wat je moeilijk vindt vanuit een ik-positie.
  • Communiceer bij negatief gedrag helder maar niet verwijtend over de gevolgen ervan op anderen of jezelf.
  • Ondersteun zelfinstructiemethodes zoals de Beertjes van Meichenbaum, Stippenstappen, Stop-Denk-Doe: help met het verwoorden van de denkstappen.


Planning en organisatie

  • Ontwikkel een overzicht van mee te nemen materiaal voor school. Zorg eventueel voor een 2e set boeken in de klas (als iemand een boek is vergeten)
  • Gebruik de agenda als communicatiemiddel voor positieve feedback (dubbel zoveel als negatieve)
  • Structureer de leerstof.
  • Maak gebruik van visuele hulpmiddelen (mindmappen, schematische samenvattingen,...).
  • Zorg voor vaste plaatsen voor het schoolgerief (in de boekentas, in de schoolbank, thuis,...).
  • Oefen om teksten overzichtelijk te maken (titels, subtitels, kernwoorden, verbanden,…).
  • Maak opdrachten, huiswerk, examens overzichtelijk (niet te veel informatie op één blad, voldoende ruimte om te antwoorden, heldere formuleringen,...).
  • Laat de agenda aan het begin van de les invullen.
  • Gebruik pictogrammen om stappenplannen te verhelderen.
  • Gebruik pictogrammen om verwachtingen duidelijk te maken.
  • Zorg voor een vaste studieomgeving.
  • Zorg voor een vast studiemoment.
  • Stimuleer de voorbereiding van het studeren (welk materiaal, welke leerstof, welke planning,...).
  • Maak een duidelijke ordening in de dagstructuur, ondersteun eventueel visueel
  • Voorzie regelmaat en duidelijkheid.
  • Splits opdrachten op in substappen.
  • Zorg voor kernachtige instructies.
  • Gebruik foto's om huishoudelijke taken te ondersteunen (bij opruimen, tafel dekken,...).


Time management

  • Maak een duidelijke ordening in de dagstructuur, ondersteun eventueel visueel
  • Voorzie regelmaat en duidelijkheid.
  • Koppel tijd aan deeltaken.
  • Maak gebruik van een wekker om meer tijdsgevoel te creëren.
  • Help tussentijdse deadlines te installeren bij projectwerk of langere termijnsopdrachten


Vaardigheden verwerven

  • Vertrek steeds vanuit de realiteit van wat een kind kan (of nog net niet kan)
  • Ontwikkel een stappenplan om hieruit op te bouwen tot het gewenste resultaat
  • Leer steeds de laatste stap eerst aan, zodat er succes behaald wordt
  • Beloon de behaalde tussenstap en het eraan gekoppeld resultaat.
  • Beloon vooral sociaal en onmiddellijk


Dagelijkse routines

  • Zorg voor vaste plaatsen voor alle materiaal (school, hobby, kleren, speelgoed…)
  • Zorg voor compartimentering (opbergdozen, kaften, kleuraanduidingen, enz. )
  • Gebruik zo nodig pictogrammen om stappenplannen te verhelderen.
  • Gebruik memoblaadjes
  • Gebruik pictogrammen om verwachtingen duidelijk te maken.
  • Zorg voor een vaste studieomgeving.
  • Zorg voor een vast studiemoment.
  • Maak een duidelijke ordening in de dagstructuur, ondersteun eventueel visueel
  • Voorzie regelmaat en duidelijkheid.
  • Gebruik foto's om huishoudelijke taken te ondersteunen (bij opruimen, tafel dekken,...).
  • Sta eventueel een gezellig rommelig eigen plekje toe
  • Gebruik checklijstjes als ondersteuning
  • Installeer een aantal leuke en gezellige gezinsgewoontes waaraan niet getornd wordt: samen een programma op TV volgen, snoepjes  bij het nemen van een bad, enz..


Communicatie

  • Luister altijd naar de argumenten
  • Geef erkenning voor die zienswijze
  • Ga niet in regelrechte discussie tegen die argumenten, maar plaats de jouwe of de doorslaggevende er naast
  • Laat niet teveel open keuzes, maar eerder gesloten keuzes (niet: “wat wil je op je boterham”, maar : “wil je choco of confituur op je boterham”)
  • Zorg regelmatig voor “vergaderingen” over bepaalde huisregels
  • Pas de huisregels af en toe een beetje aan in het voordeel van de kinderen, zodat ze voelen dat de regels stilaan opschuiven met de leeftijd