Niet-medicamenteuze behandeling

In dit onderdeel vind je de niet-medicamenteuze behandelingen voor ADHD.

Er is relatief weinig bewijskracht dat ze veel kunnen veranderen aan het ADHD-gedrag op zich, maar:

  • sommige ervan hebben wèl bewezen effecten op geassocieerde en secundaire problemen, waardoor ze de draaglast verminderen
  • andere hebben effecten op de draagkracht van de omgeving of maken dat die omgeving beter aangepast is aan het kind met ADHD
  • nog andere hebben geen bewezen effecten

De werkzame behandelingen worden geadviseerd bij:

  • kinderen jonger dan 6 jaar met een vermoeden van ADHD
  • vanaf 6 jaar als eerste keuze bij  milde/matige ADHD
  • in combinatie met een medicamenteuze behandeling bij ernstige ADHD (zie beslisboom).

Niet-medicamenteuze behandelingen betreffen enerzijds programma’s ter versterking van ouderschapsbekwaamheid en opvoedingsvaardigheden (interventies ouders), anderzijds leerkrachttraining en aanpassingen op school (interventies leerkracht) en tenslotte cognitieve gedragstherapeutische programma’s, vaardigheidstrainingen, neurofeedback en cognitieve trainingen voor kinderen, jongeren of volwassenen met als focus onder andere zelfcontrole, probleemoplossing, werkgeheugen, planning en organisatie en/of sociaal functioneren (interventies kind/jongere).

De eventuele toepassing van dieetmaatregelen en voedingssupplementen worden apart besproken.

In de regel is het nodig systematische en volgehouden begeleiding te bieden zowel aan het kind, de jongere of volwassene zelf, als aan ouders, verzorgers, leerkrachten, partners, ... Er zijn aanwijzingen dat (zeker in geval van ernstige ADHD) het effect van deze trainingen mee bepaald wordt door medicatie.