Mogelijke verwarring met normale ontwikkeling

Typisch ontwikkelende kinderen op voorschoolse leeftijd hebben variabele leersnelheden en kunnen tekenen van agitatie vertonen wanneer ze worden geconfronteerd met veeleisende situaties thuis en op school. De frontale functies die de aandachts- en executieve controle aansturen komen tussen de leeftijd van 3 en 5 jaar tot ontwikkeling. Metingen van ADHD-symptomen zijn dus nog weinig stabiel op de leeftijd van 3 jaar en worden meer betrouwbaar vanaf 5 jaar.

Voor de leerkracht kan een vergelijking met klasgenootjes een manier zijn om een atypische ontwikkeling te herkennen. Daarbij moet rekening gehouden worden dat twee kinderen die in dezelfde klas zitten bijna een jaar in leeftijd kunnen verschillen. 

Enkel wanneer de signalen van aandachtstekort, hyperactiviteit en/of impulsiviteit lang aanhouden en in verschillende omgevingen impact hebben op het functioneren leidt dit tot een vermoeden van ADHD.