Aanvang, duur en pervasiviteit

Aanvang: meerdere symptomen moeten vóór de leeftijd van 12 jaar al aanwezig zijn.

Dit criterium geeft het belang aan van ADHD als ontwikkelingsstoornis, met reeds een substantieel klinisch beeld op kinderleeftijd.

Duur: de symptomen moeten reeds meer dan 6 maanden aanwezig zijn.

Dit criterium vermijdt dat het om een kortstondig aanpassingsprobleem zou gaan (bv. naar aanleiding van een ingrijpende levensgebeurtenis).

Pervasiviteit: de symptomen moeten zich in meer dan één context voordoen: bv. thuis èn op school.

De symptomen worden dan ook best afgetoetst bij personen die het kind/de jongere in meerdere contexten meemaken of bij meerdere informanten bevraagd. Zo zijn leerkrachten veelal goed geplaatst om in te schatten of het gedrag opmerkelijk is in vergelijking met leeftijdsgenoten. Onder “instrumenten” vind je een voorbeeld van een kort telefonisch interview met de leerkracht en vragenlijsten voor leerkrachten.

Dit criterium wil voorkomen dat situatiegebonden gedrag voor ADHD wordt aanzien. Als de symptomen zich bijvoorbeeld uitsluitend in de thuissituatie voordoen, terwijl het kind op school geen opmerkelijk gedrag stelt, dan doet dit eerder een probleem in de opvoedingscontext vermoeden. Als de symptomen enkel zichtbaar zijn op school, stelt zich de vraag of er triggers in de schoolsituatie aanwezig zijn (leerstress, sociale stress, faalangst, enz.).

Let wel dat ADHD-gedrag niet steeds in dezelfde mate aanwezig is. Sommige situaties maken dat de aandacht beter gehandhaafd blijft en/of dat bewegingsdrang tot rust komt, terwijl andere situaties ze net uitlokken. 

Situaties waar symptomen vaak niet of minder naar voor komen

Situaties waar symptomen vaker of meer naar voor komen

 

Nieuwe situaties

Eén-één contact

Zeer prikkelende situaties (bv. Gaming)

 

Minder structuur

Meer afleiding

Minder toezicht

Weinig interessant, saai

Situaties die extra concentratie vragen

Groepssituaties

Stresserende situaties