Instrumenten

Om de ADHD-criteria in kaart te brengen, kan gebruikt gemaakt worden van gestandaardiseerde instrumenten.

  • een Checklijst die de 18 symptomen overloopt. De clinicus moet dan zelf uitleggen wat er met elk symptoom juist bedoeld wordt. Zo sluipt er wat vertekening in, gekoppeld aan de wijze waarop die clinicus zelf de symptomen en ernst ervan interpreteert
  • Semi-gestructureerde interviews hebben als voordeel dat je als diagnosticus elk symptoom kan beschrijven aan de hand van vooraf bepaalde definities en bijvragen kan stellen zodat de geïnterviewde over het juiste gedrag rapporteert.
  • Gestructureerde interviews zijn eerder bedoeld voor onderzoek, maar kunnen als geheugensteun dienen bij onervaren clinici. Ze laten de interpretatie van de vraag helemaal bij de informant, met als nadeel dat die andere definities kan hanteren van de bevraagde begrippen en zelf moet oordelen of de gedragingen veel of weinig aanwezig zijn.
  • Vragenlijsten laten de interpretatie eveneens bij de informant. Ze hebben als voordeel dat ze een kwantitatieve vergelijking mogelijk maken met leeftijdsgenoten als er normtabellen bestaan. Idealiter zijn dat Vlaamse normtabellen, gezien de manier waarop gedrag bij kinderen gescoord wordt kan verschillen in verschillende culturen. 

Gezien moet uitgemaakt worden of de symptomen in meerdere contexten aanwezig zijn, worden ze best bevraagd bij:

De kinderen en jongeren worden uiteraard ook bevraagd om een zicht te krijgen op hun mogelijkheden tot contactgroei, hun zorgen, hun visie, eventuele gedragsproblemen, enz. Zeker bij jongeren wordt aangeraden toch ook hun inschatting mee te nemen over hun eigen beleving, mogelijks in meerdere gesprekken.7 

Het kind / de jongere